04 november 2007

Oude Humo-recensies: Gomez - Liquid Skin

Gomez – Liquid Skin (Hut/Virgin - CDHUT54 – 7243 8 48218 21)

“Kippevel is de norm”, stelde iemand ooit ergens, en sindsdien wordt hier bij iedere plaat standaard een legbatterij bijgeleverd, maar het thans voorliggende “Liquid Skin” van het Engelse Gomez had gemakkelijk zonder gekunnen. Wij ook trouwens, wegens (in dalende mate van letterlijkheid) onze buik vol van dioxines en gekakel. In 1998 was Gomez’ debuut “Bring It On” goed voor de prestigieuze Mercury Music Prize, alsook goed tout court. Daarvoor - nog zelfs vóór het allereerste Gomez-optreden - hadden vijftien platenbobo’s al een gevecht in regel om Gomez’ gunsten achter de nu losstaande kiezen. De prille twintigers klonken op het zelfgeproduceerde en grotendeels thuis opgenomen “Bring It On” nog minder Brits dan “The Star Spangled Banner” en ook “Liquid Skin” roept luidkeels de sfeer op van swamps en stoffige achterafweggetjes diep in het Amerikaanse Zuiden. Gomez brengt op een open vuur van Britpopplaatjes veel blues, een stevige slok (seventies)rock, een afgemeten schep folk, een scheut soul, een eetlepel funk en een snuifje country aan de kook en kruidt dit met lome ritmes, zuinig gebruikte, inventieve samples en driestemmige zang van evenveel zangers/gitaristen. Het resultaat smaakt naar Beck, Dr. John, Ben Harper en Beach Boys, maar ook onmiskenbaar naar Gomez en naar meer. In openingssong “Hangover” hebben banjo en sitar er samen de blues in en regent het vallende sterren, van de hemel gezongen door Ben Ottewell, een in het whiskeyvat gevallen puberzoon van Tom Waits. Als alle katers voelden zoals deze klinkt, schaften we ons terstond een verslaving aan. Strofes en refrein van “Revolutionary Kind” vormen een zoetzure combinatie die we bij de afhaalchinees nooit zouden durven bestellen, maar die hier wonderwel werkt. Volgende keer proberen we Peking-tang met varken (nr. 35). Het felle “Bring It On” (de song, hier terug te vinden wegens tram gemist voor het gelijknamige debuut) laat vervolgens meer gaten dan de verzamelde verdedigingen van de laatste België - Nederland. Voetbal (meer = meer) is echter een ander spelletje dan popmuziek (minder = meer) en Gomez tovert hier dan ook mooie forfaitcijfers op het scorebord. Ook het achteloze, loom pompende “Blue Moon Rising” lijkt slechts met grove steken aan elkaar gezet, maar houdt het zelfs wanneer op het einde Captain Beefheart met de drums de trap lijkt af te donderen. Een foutloos parcours rijdt Gomez niet op “Liquid Skin”. “Las Vegas Dealer” is iets te zeer van de hak op de net niet ver genoeg uitstekende tak en ook zonder “Fill My Cup” had de wereld verder kunnen draaien, maar beide zijn de jonge snaken gauw vergeven wanneer “We Haven’t Turned Around” zich aandient: Tijdens de voor deze wondermooie opvolger van “Tijuana Lady” gehouden luistersessie aan de voet van het Himalaya-gebergte, keerden echo’s van het veel te vroeg gegane Grant Lee Buffalo tot ons weder. Uit de ideeënrijkdom van single “Rhythm & Blues Alibi” had iedere mindere god vervolgens drie songs gepuurd: één met het machtige refrein, gezongen door de wederom uitblinkende Ottewell, één met het Smashing dEUS-gitaarinterludium en één met het inleidende “try anything twice”-gedeelte. Gomez hoeft niet zuinig te zijn op zijn talent en maakte er één magistrale wereldsong van. We zouden nog enige wervende volzinnen kunnen wijden aan prachtsongs als “Rosalita”, “California” of “Devil Will Ride”, ware het niet dat zulks volgende conclusie niet aan het wankelen zou brengen: “Liquid Skin” - mooie plaat, lelijke titel - misstaat niemand. Deze woorden zijn op middenstanderswijze gewikt en gewogen. (tvb)

Labels: