04 november 2007

Oude Humo-recensies: Tori Amos - To Venus And Back

Tori Amos – To Venus And Back (2CD’s) – Atlantic – 7567-83242-2

Tellend vanaf het hardrock-misbaksel “Y Kant Tori Read?” uit 1988, dat we als rechtgeaarde kenners zelf uiteraard ook niet gehoord hebben, is “To Venus And Back” het zesde album van de half Indiaanse, half Schotse en helemaal kierewiete domineedochter Tori Amos. De officiële Amos-jaartelling begint echter in 1991 bij het mooie, beklemmende “Little Earthquakes”, dat de Humo-residentie bij wijze van wolfsijzer nog steeds bescherming biedt tegen ongenode bezoekers. “To Venus And Back” was in aanleg een live-album dat, aangevuld met enkele b-kantjes en outtakes, een windstille periode diende te overbruggen. Eigenlijk dacht La Amos dit keer niks te melden te hebben, gespaard als ze was gebleven van leed als een verkrachting, scheiding of miskraam, feiten die als een dikke rode draad door voorgaande platen liepen. De verkrachting en de miskraam waren beter dan de scheiding. Tijdens het opnemen van enkele extra tracks voor “Venus And Back” laaide het vuur in onze favoriete geschifte bosnimf echter zodanig op dat ze gelijk een volwaardig album bij elkaar stookte, met als nog nasmeulend resultaat het eerste deel van het tweeledige “Venus …”. Een tweede deel biedt ons daarnaast een willekeurige dwarsdoorsnede uit de tournee die in 1998 ook halt hield in het door de publieks- en weergoden geteisterde maar door de muziekgoden gezegende T-W. Onze aandacht gaat hier echter in de eerste plaats uit naar het nieuwe werk dat zich verzameld ziet op deel één en waarin Tori dieper graaft dan de Jumet-bulldozers. Aan de teksten valt naar goede gewoonte weer geen touw vast te knopen, zoals in “Bliss”, waarin ze de Allerhoogste toekirt. Tenzij een zin als “Father, I killed my monkey – I let it out to taste the sweet of spring” helder als Val-Saint-Lambert voor U is. Tori Amos leerde in gewapende vrede met haar demonen te leven, vermits beide partijen toch niet tot capitulatie geneigd bleken te zijn en puurt daar in éénzelfde moeite songs als “Josephine” of “1000 Oceans” uit, als steeds gewapend met gloedvolle melodieën en stuwende piano’s en ongrijpbaar als de met groene zeep ingesmeerde Gladde Glipper. Pas ter hoogte van “Concertina”, song nummer drie, schuiven de stukjes van de “Venus”-legpuzzel in ons hoofd goed in elkaar en kan ook de eerste oneliner opgetekend worden: “The truth is in between the 1st and the 40th drink.” Om preciezer te zijn: linksaf voorbij de vijfde Duvel en dan moet je het nog maar eens vragen. “Glory Of The 80’s” is vervolgens een jammer geval van Geslaagde Song Vergooid Aan Banaal Onderwerp Te CD: het nummer verhaalt over de jaren waarin Myra Ellen Amos zich bij wijze van voorschot op een carrière in de zware metalen voluit laafde aan het wilde leven van L.A.. Niet getreurd echter: Al snel vernemen we in het daarop volgende “Lust” hoe het spel der seksen gespeeld wordt: Met een stel gemerkte kaarten, wordt ons duidelijk. In muzikaal opzicht blijkt uit “Venus And Back” dat de verrichtingen van Tricky en Portishead niet ongemerkt aan Amos’ deur voorbij zijn gegaan, getuige daarvan het introverte ”Juárez”, “Suede” en “Riot Poof”, een luidkeels om een “Professional Widow”-behandeling schreeuwende ode aan Koen Crucke. De hoofdprijs gaat tot slot naar “Spring Haze”, waar piano en drums elkaar in een opwaartse spiraal naar een hoogtepunt dwingen. Wat op toon gezette levenspijnen en -twijfels betreft hebben wij ook na het prima “Venus And Back” Suzanne Vega Hindoegewijs nog steeds een paar kasten hoger liggen dan Tori Amos, maar Alanis, Meredith, Fiona et les autres mogen wel uitkijken. Naar een aardige functie in het horecawezen bijvoorbeeld. (tvb)

Labels: